In een pantserwagen op jacht naar tornado’s die er niet zijn

Bijgewerkt op: aug 24

Een poos geleden schreven we al over de verschillen tussen stormjagen in België/Europa en de Verenigde Staten. Omdat we daar toen een heleboel vragen over kregen, verwijzen we vandaag via een nieuw blogbericht nog een paar frequente misvattingen over stormjagen en stormjagers naar de prullenmand. Zijn jullie er klaar voor? Let’s go!


Hebben jullie een gepantserde chasemobiel?


Wanneer wij zeggen dat we chasen, denken mensen zeer snel aan de film Twister of de docuserie Stormchasers. “Hebben jullie dan ook zo’n uitgebouwde of versterkte auto om op jacht te gaan?” is een vraag die vaak volgt.


Neen, die hebben we niet. Om te beginnen is er in onze West-Europese regio slechts nu en dan bescherming nodig tegen stevige hagel, maar voorts zijn gepantserde auto’s of trucks overbodig. Maar de belangrijkste reden: in tegenstelling tot de Amerikaanse chasers in de eerder genoemde films en series hebben wij helemaal niet de ambitie om IN een tornado te gaan zitten… en zelfs al zouden we zo gek zijn om dat wel te willen, dan nog zouden we er gewoon bijzonder weinig kansen toe krijgen.


Ook allerlei meetinstrumenten op onze auto monteren is voor ons een beetje overbodig, omdat we gemerkt hebben dat ze weinig meerwaarde bieden en integendeel soms een extra hoofdbreker zijn. Niet dat we het nooit geprobeerd hebben, want we hebben ooit een weerstation op een van onze auto’s geïnstalleerd, maar al snel bleek dat we niet zo veel deden of konden doen met die gegevens: noch op het moment zelf, noch achteraf.


Young mobile mesonet weather station on car
Het weerstation van Young, gemonteerd op de wagen in de zomer van 2013

Dankzij de technologische vooruitgang is ook de laptop in de loop der jaren bijna volledig uit de auto verdwenen. Alle nodige informatie (radarbeelden, bliksemdetectie, maar zelfs temperatuur-, vochtigheids- en windgegevens in realtime) kun je immers via de smartphone vinden.


Tornado’s in België: is dat dan echt een thema?


Vaak denken mensen dat tornado’s niet voorkomen in België. Dat is een misvatting, want elk jaar worden er verspreid over het hele land (en ook soms over zee) een tiental geregistreerd. Vaak zijn ze van een kortere duur of kleinere omvang dan hun Amerikaanse broertjes die we in de media te zien krijgen, maar ze tellen wel mee in de jaarlijkse cijfers.


Zo was er op 10 mei 2020 een mooie windhoos ten noorden van Antwerpen en op 5 oktober sierde een tornado opnieuw Antwerpse luchten. Op 3 augustus 2020 konden bezoekers van de Belgische westkust zich vergapen aan een prachtige waterhoos. En laten we eerder dit jaar op 19 juni 2021 de tornado in Seraing niet vergeten. Om maar te zeggen dat tornado’s wel degelijk een thema zijn in België, maar ook in heel Europa.


Dreigende clearslot met tornado regio Antwerpen op 5 oktober 2020. ©Annick van Reck

Een artikel in Horizon, het innovatie- en onderzoeksmagazine van de Europese Unie publiceerde in 2013 een onderzoek waaruit blijkt dat er in Europa gemiddeld ongeveer 300 tornado’s per jaar geregistreerd worden. Dat wordt pas echt duidelijk op het onderstaande kaartje, dat alle tornado’s die tussen 2000 en 2012 geregistreerd werden in de European Severe Weather Database weergeeft.


Krijgen we frequenter en heviger onweer door de verandering van het klimaat?


Dit valt moeilijk met zekerheid te zeggen, en al zeker wat België betreft. De statistieken over het aantal onweersdagen die je op de website van het KMI kunt vinden, gaan slechts terug tot onweersseizoen 2007-2008 en ze lijken ook niet altijd correct te zijn. Bovendien is de definitie van een ‘onweersdag’ problematisch. Zodra één bliksem binnen de landsgrenzen valt, wordt de betreffende dag als ‘onweersdag’ genoteerd. Ook als de enige bliksem die dag bijvoorbeeld een verdwaalde ontlading uit een onweer net over de grens met een buurland is. Statistisch gezien is het op dit moment dus moeilijk om met zekerheid aan te tonen dat onweer steeds frequenter voorkomt.

Aantal onweerdagen per jaar sinds 2008. Bron: KMI (stippellijn = gemiddeld)

Wat de beschikbare statistieken over onweersdagen ook helemaal niet verduidelijken, is de intensiteit van het onweer (lees: gaat het over ‘gewoon’ of over ‘extreem’ onweer?). Zo haalde de 29 dagen tellende maand van februari 2020 een opvallende score van maar liefst 13 onweersdagen. Toch kwam dit gewoon omdat de buien op veel verschillende dagen elektrisch geladen waren; nergens werd die maand ook maar enige schade genoteerd. Naar ons eigen buikgevoel zijn we bij Chase2BE toch voorzichtig geneigd om te stellen dat onweer van extreme (dynamische) aard de laatste 5 tot 6 jaar in frequentie lijkt af te nemen.


Hoe valt dit dan te rijmen met de klimaatverandering? Wel, voor extreem onweer is een sterke straalstroom nodig. België ligt sowieso vaak al een beetje in een ‘dode zone’ van de straalstroom en daarenboven lijken recente studies te bevestigen dat de straalstroom onder invloed van de klimaatverandering aan kracht inboet. Er is – zeker op lokaal Belgisch vlak – nog veel onderzoek nodig, maar de voorgaande factoren zouden wel mee kunnen verklaren waarom onze onweders wat minder dynamisch (supercellen, tornado’s, grote hagel, enzovoort) worden en steeds meer de vorm van gigantische stortbuien aannemen.


Straalstroom-patroon over de Atlantische Oceaan. Bron: MetoOffice (UK)

Afgaand op wat wij zelf waarnemen, denken we dat het aantal onweersdagen niet beduidend toeneemt, maar er lijkt wel een verschuiving aan de gang in de vorm die onweders aannemen: van dynamische, georganiseerde buien naar een meer ‘tropisch’ type van zware stortbuien. Dit kan er op zijn beurt dan weer voor zorgen dat wateroverlast in de toekomst een steeds belangrijkere rol zal spelen in onweersschade terwijl windschade misschien een minder prominente plaats zal innemen.


De verandering van het klimaat zal de frequentie en de karakteristieken van onweersbuien zonder twijfel doen evolueren. Maar in welke richting? Dat weet niemand op dit moment echt met zekerheid.


Zijn jullie eigenlijk geen veredelde ramptoeristen?


We steken het niet onder stoelen of banken dat wij voldoening halen uit het maken van juiste voorspellingen en dat we de adrenaline voelen stromen wanneer we als gevolg van die voorspellingen prachtige natuurextremen kunnen spotten. Maar één ding willen we absoluut niet zien: schade. Zodra we op een beschadigd woongebied stoten, is de chase meteen voorbij: vanaf dan zijn we gewoon helpende handen die vragen of we ergens mee kunnen assisteren.


In beschadigde gebieden zullen we wel foto’s nemen om de schade te documenteren: dat heet een ‘damage survey’ of schadeonderzoek – geen foto’s voor onze sociale media dus. Schade aan objecten bevat vaak een heleboel interessante informatie over de richting of kracht van de wind op een bepaalde plaats, over het pad van een tornado, enzovoort. Aan de hand van zulke gegevens kunnen het traject en de kracht van een tornado bepaald worden.


Foto van beschadigd huis tijdens Damage-Survey van de tornado in Hotton 2015

Eén ding staat vast: wij hopen altijd om een tornado te kunnen spotten… maar dan in open velden, nooit in bewoond gebied.


Er is een pittige herfststorm op komst: gaan jullie chasen?


We worden het vaakst door de media gecontacteerd wanneer de herfst- en wintermaanden stormdepressies aanvoeren. Het ietwat verwarrende ‘storm’ in ‘stormchasers’ zorgt ervoor dat er al snel naar ons gekeken wordt, maar onze ‘storm’ is afkomstig uit het Engels, waar de term net zo goed naar onweer verwijst. In de betekenis van het Nederlandse woordenboek zijn wij dus eerder ‘onweersjagers’ dan ‘stormjagers’.


Een pittige Noordzeestorm mag ons dan wel boeien, maar op chasegebied is hij niet zo interessant, al was het maar omdat de buien door hun treksnelheid van 80 tot 90 km/u op zulke dagen bijna niet bij te houden zijn op het Belgische wegennetwerk. Maar natuurlijk bestaat er een goede kans dat je ons op zo’n stormdag aan de kust vindt om de kracht van de natuur in ons gezandstraalde gezicht te voelen.


Je ziet vast wel een tornado als je een zitje boekt voor zo’n ‘tornado tour’ in de Verenigde Staten?


Zekerheid heb je nooit, ook al boek je de duurste tornadotoer met de meest ervaren chasers: het blijft meteorologie en die is onvoorspelbaar. Bovendien zijn chasers ook maar mensen: je kunt dus net zo goed een tornado aan je neus voorbij zien gaan (helaas niet letterlijk dan) door een menselijke inschattingsfout.


Tornadotoers duren meestal ook maar een week, uitzonderlijk twee. Je moet dus geluk hebben dat het weerpatroon net tijdens die periode actief is. Natuurlijk bieden de meeste toerorganisatoren plaatsen aan tijdens de actiefste weken van het tornadoseizoen, wat meteen de prijzen verklaart: hoe beter de periode van het seizoen, hoe hoger de prijs. Maar net zo goed kan er tijdens jouw periode een blokkerend hogedrukgebied boven Tornado Alley liggen, met een heel dure en teleurstellende road trip tot gevolg. Er is namelijk maar één zekerheid: dat je urenlang op weg bent.


Voorbeeld van prijzen voor een georganiseerde tour.

Net daarom reizen onze teamleden altijd op zelfstandige basis naar de Verenigde Staten. Valt er eens een periode niets te beleven, dan kun je als gewone toerist een paar dagen plaatselijke bezienswaardigheden bezoeken. Als zelfstandige chaser is het ook een voordeel dat je gedurende een langere periode kunt jagen en dat je niet afhankelijk bent van beslissingen die anderen in jouw plaats nemen. Voorspellen is net een van de leukste aspecten van het hele stormchasen… waarom zou je dat aan iemand anders overlaten?


Als je zelf niet de nodige kennis of ervaring hebt om te chasen, maar je gewoon (een) tornado(‘s) wilt zien, dan is een tour – met Chase2BE bijvoorbeeld 😉 - natuurlijk wel de beste en veiligste keuze.


Is chasen niet typisch iets voor nerds en cowboys?


Het zijn beelden die graag en vaak gebruikt worden: je doet het voor de wetenschap of je bent een roekeloze cowboy op zoek naar spanning. De gebrilde nerd, gewapend met een laptop en een twijfelachtige persoonlijke hygiëne, die grapjes vertelt waar buiten de muren van zijn campus helemaal niemand om lacht. De stoere daredevil met pet en zonnebril, die niet praat maar onophoudelijk brult en loeit omdat de adrenaline zijn sowieso al hoge testosteronniveau finaal door het dak jaagt. Dit zijn natuurlijk stereotypen, en ze liggen alles bij elkaar behoorlijk ver van de gemiddelde stormchaser.


Stormchasers in een gevaarlijke situatie. Brong: KFOR

Ook binnen ons team zie je een gewone doorsnee van de algemene bevolking, de een al wat normaler dan de andere. Mogelijk moet je wel een ‘schroefje in de bovenkamer’ los hebben om te chasen, maar met gekken kunnen we niets aanvangen. Jong en oud, vrouwen en mannen, van een IT-specialist tot een militair en van een fotografe tot een student: uit dat soort mensen bestaat ons team en dat geldt ook voor de hele community van chasers en extreem-weerliefhebbers.


Daar zal je ongetwijfeld af en toe op een stereotype botsen, maar representatief zijn ze niet.